Als poeet voelde ik mij op allerlei manieren achteruitgaan, ik dronk weinig, at al evenveel, droomde vreselijke dingen, werkelijk gruwelijke zaken, ogen met bloed, en muziek die niet vloeide, maar sneed in je oren, je van binnenuit kapotreet je volledig verteerd.
Ik droomde ook over dieren die mensen opaten, zomaar, en in elk beeld vloiede er bloed, zoveel bloed, rood overal, ik kon niet anders zien dan rood. Als ik dan opstond en voor de spiegel ging staan zag ik mijn doorbloedde ogen die de buitenwereld vertelden dat ik de hele nacht had wakkergeweest, maar niets was minder waar.
ik heb nooit iemand iets verteld over die nachtmerries, nooit aan gedacht om enig andere troebele ziel er mee te confronteren, te shockeren, ik hield alles voor mezelf.
Misschien lag het aan de weinige voeding die ik at. met een enkele boterham overtuigde ik mijzelf dat ik mijn lichaam niet meer dan een boterham nodig had om te functioneren. enkel besefte ik dat ik niet goed functioneerde.
Uit het wit heb ik mijn kracht gehaald. Ik kon er uren voor zitten en ervan genieten, de hele omgeving in mij opnemen. ik kon mijzelf er van laten doordringen, ik kon mijzelf laten voelen dat ik het Wit was, dat ik alles werd behalve het Wit, d at het Wit en ik samensmolten tot 1 geheel. er bleef echter toch een grens. Het was een dunne grens bijna potloodfijn, maar ruw genoeg om inet artificieel te zijn. Heel af en toe kon ik een vrachtwagen horen, een klein signaal dat me er aan herrinnerde dat ik niet met het Wit was samengesmolten, dat ik niet 1 was, dat ik nooit opgenomen ben geweest door het wit was en nergens anders dan hier was. Ik was poeet. en niets meer.
Als ik weg ging van het wit voelde ik altijd een nostalgie, alsofhet eeuwen geleden was geweestd dat ik nog had gezien, alsof ik plots weer dacht een een oude jeugdliefde. Jeugdliefdes zijn voor altijd.Waar zoekt men anders naar in de navolgers van de jeugdliefdes, die vaak als jeugdzondes worden beschouwd. Ik had mijn jeugdzonde lief, ik had een eeuwige jeugdliefde. Zij was mijn eeuwige zonde.
Nooit heb ik haar gezien, hoewel ik elke dag voorbij haar deur wandelde of fietste of reed, ik heb wel duizenden excuses uitgevonden om niet aan te bellen, eerlijk gezegd weet ik zelfs niet of ze er nog woont. Het is triest.