Maandelijkse archieven: september 2006

Als poeet voelde ik mij op allerlei manieren achteruitgaan, ik dronk weinig, at al evenveel, droomde vreselijke dingen, werkelijk gruwelijke zaken, ogen met bloed, en muziek die niet vloeide, maar sneed in je oren, je van binnenuit kapotreet je volledig verteerd.

Ik droomde ook over dieren die mensen opaten, zomaar, en in elk beeld vloiede er bloed, zoveel bloed, rood overal, ik kon niet anders zien dan rood. Als ik dan opstond en voor de spiegel ging staan zag ik mijn doorbloedde ogen die de buitenwereld vertelden dat ik de hele nacht had wakkergeweest, maar niets was minder waar.
ik heb nooit iemand iets verteld over die nachtmerries, nooit aan gedacht om enig andere troebele ziel er mee te confronteren, te shockeren, ik hield alles voor mezelf.
Misschien lag het aan de weinige voeding die ik at. met een enkele boterham overtuigde ik mijzelf dat ik mijn lichaam niet meer dan een boterham nodig had om te functioneren. enkel besefte ik dat ik niet goed functioneerde.

Uit het wit heb ik mijn kracht gehaald. Ik kon er uren voor zitten en ervan genieten, de hele omgeving in mij opnemen. ik kon mijzelf er van laten doordringen, ik kon mijzelf laten voelen dat ik het Wit was, dat ik alles werd behalve het Wit, d at het Wit en ik samensmolten tot 1 geheel. er bleef echter toch een grens. Het was een dunne grens bijna potloodfijn, maar ruw genoeg om inet artificieel te zijn. Heel af en toe kon ik een vrachtwagen horen, een klein signaal dat me er aan herrinnerde dat ik niet met het Wit was samengesmolten, dat ik niet 1 was, dat ik nooit opgenomen ben geweest door het wit was en nergens anders dan hier was. Ik was poeet. en niets meer.

Als ik weg ging van het wit voelde ik altijd een nostalgie, alsofhet eeuwen geleden was geweestd dat ik nog had gezien, alsof ik plots weer dacht een een oude jeugdliefde. Jeugdliefdes zijn voor altijd.Waar zoekt men anders naar in de navolgers van de jeugdliefdes, die vaak als jeugdzondes worden beschouwd. Ik had mijn jeugdzonde lief, ik had een eeuwige jeugdliefde. Zij was mijn eeuwige zonde.
Nooit heb ik haar gezien, hoewel ik elke dag voorbij haar deur wandelde of fietste of reed, ik heb wel duizenden excuses uitgevonden om niet aan te bellen, eerlijk gezegd weet ik zelfs niet of ze er nog woont. Het is triest.










het licht

heeft geen geluid.

neemt je mee

sleurt je oogballen eruit,

speelt ermee.

Zuivere optica

Pure fysica

energie van ongekend niveau

maar wie geeft er om?

want het licht

heeft geen geluid

geschreven naar aanleiding van het concert van Zornik op PuKeMa Rock










Laura, we hebben elkaar nu al 2 eeuwen niet meer gezien, niet meer sinds die dag van ongeschoren schaamte en hormonaal geweld tussen uw benen en ons beiden. Ik weet nog dat je bij me was gekomen om te vragen of ik je kon leren wat het Wit was, dat je er iets over gehoord van een ongewassen glas in de kroeg. Het waren de meest vreemde dagen die men kon bedenken. Er was veel licht in de straten, geen zon, een enkele Witte massa die zich boven ons uitstrekte, een metreologisch fenomeen uniek en zaligmakend voor poeeten als wij. Wij zijn poeeten Laura, jij en ik samen, je weet het en voelt het in alles wat je zegt en doet. Ik denk aan je. Ik heb je vraag nooit beantwoord, de tijd was nergens te bespeuren en voor we het wisten had hij ons al ingehaald, we waren blut en konden niets kopen. We waren schatrijk. Hebben we toen niet gelachen? met de tijd? allebei verstopten we ons in een herinnering, en ik vond je op een hoek van de straat nog geen 2 weken vroeger. Het waren de meest vreemde dagen die men kon bedenken. Wat is er eigenlijk gebeurt? kwam je op me af? kenden we elkaar al lang? ik kende je al nog voor je aankwam. Het kon zijn uit een oud studentenleven, maar dat wist ik niet meer, er hangt een grauwe tijd om mijn studies die ik met een nodige brok nervositeit voor realiteit afwerkte, hoe moest ik ooit in een heterogene samenleving gaan functioneren. Ik was niets tot het Wit er was.

(uit: Het Wit)





ik voelmagische handen.vleiende vragen vingers die voelenhoe ikdenkaan vroeger-hoe lang geleden-we lachen samen, en doendoenenkelwat magische handenkunnen