De ontdekking van de schoonheid begint met de perceptie van het leven.
Die perceptie, was begonnen op een woensdagmiddag.
Na het slurpen van zijn koffie zette de man heel beheerst zijn kop neer en keek naar wat voor het huis de tuin moet geweest zijn.
De vijver die de kleur van de aarde droeg weerspiegelde kleine stukken van de zon. als het geheugen dat even verdwaalde.
Hij sloot zijn ogen in de hoop die refflectie heel even te kunnen onthouden. Helaas, het beeld vluchtte weg, op dat zelfde ogenblik, stapte ze binnen, als een zuiver lineaire beweging waarbij het ene vertrekt en ander toekomt, een station in een wereld die niet verenigbaar is. Ze keek hoe hij de vijver waarnam.
“Vandaag gebeurt er niet veel”.
“Ik weet het” zei ze. Een pauze van 5 seconden tussen hen beiden waar ze naar elkaar keken, daarna was de visuele verbinding verbroken.
De wolken boven het huis waren grijs en dik, er hing geen regen in de lucht, maar toch bewaakte hij zijn regenjas vanuit een ooghoek. Buiten in de tuin had een lichte bries een blad omgedraaid.
Het huis was wit vanbinnen, mooi wit, soms grijs.
Hij zat vaak in de keuken, een centraal punt vanwaar hij de hele benedenverdieping kon waarnemen. De radio stond niet aan, dat moest ook niet, want de radio is net als de buitenlucht; altijd ruis.
H
(verder af te werken)
